|
Onze Roodvleugelparkieten
"Harry" en "Sally"
Engl.: Red-winged
Parrot
Lat.: Aprosmictus erythropterus
Duits: Rotflügelsittich
Herkomst
De herkomst
van deze parkieten is vooral in Noord Oost Australië.
Er bestaat een voorkeur voor een open landschap met eucalyptusbomen,
acaciastruiken en voor bomen langs waterlopen. Roodvleugels zijn vooral
boombewoners, ze komen weinig naar de grond en bevinden zich zelden
ver van water. Hun voeding bestaat overwegend uit vruchten, onder andere
bessen, zaden, noten, nectar, bloesems, en insecten en de larven daarvan.
In hun verspreidingsgebied zijn het algemeen voorkomende vogels. Ze
houden zich op in paren of gezinsgroepen, hoewel buiten broedseizoen
wel groepen van vijftien tot twintig exemplaren worden gesignaleerd.
In Nieuw-Guinea zijn zelfs zwermen van honderd of meer vogels waargenomen.
Roodvleugelparkieten zijn zeer schuwe vogels. Bij de minste of geringste
verstoring of onraad gaan zij luid krijsend op de vleugels en verdwijnen
in de bomen. De broedperiode varieert. Overwegend valt deze in de periode
augustus tot februari. Aan de noordkust van Australië zijn broedende
paren al waargenomen in mei. Als broedgelegenheid wordt overwegend gebruik
gemaakt van holtes in takken of stammen van bij voorkeur eucalytus bomen
en natuurlijk altijd in de buurt van water.

Beschrijving:
Lengte: Ongeveer 32 centimeter
Gewicht: man 120-140 gram, pop 150 gram
Deze vogels kunnen bij goede verzorging erg oud worden, 20 - 25jaar
is geen uitzondering.
Geslachtsonderscheid:
De mannetjes van deze soort
zijn duidelijk herkenbaar aan hun fellere kleuren en scherpere aftekeningen.
Met name de kop is intensiever en ze hebben meer en feller rood op
de vleugels, en zijn zwarte rug.

Hun geslacht zou kunnen worden herkend aan de stuitkleur: die kan
bij de man intensiever blauw zijn. Meer zekerheid kan pas worden verkregen
op een leeftijd van achttien maanden of meer: dan kunnen de eerste
zwarte veertjes op de rug van de man doorkomen.
Sociale eigenschappen:
Roodvleugelparkieten zijn
niet de sociaalste vogels.
U kunt ze het beste per koppel in een aparte vlucht houden.
Vooral in de kweekperiode zijn de mannen erg onverdraagzaam tot agressief
ten opzichte van andere vogels.
Geschikte behuizing:
Deze soort kan het beste
in een ruime vlucht gehouden worden, die niet breed hoeft te zijn,
maar wel lang. Mindste Afmeting 4,50 x 2,00 x 2,00 LxBxH. De vogels
vliegen graag en moeten hier de kans voor krijgen.
Voer:
-
zaadmengsel
voor grote parkieten aangevuld met een weinig fruit, bessen, bloesems,
insecten en krachtvoer.
-
Vanzelfsprekend
moeten de vogels de beschikking hebben over grit en maagkiezel
-
Eivoer,
-
Granaatappels,
-
geraspte
wortels.
-
rodepaprika,
-
sepia
en een jodiumblok om aan te knagen.


Broedeigenschappen:
Wilt u graag
wat nakweek van deze vogels, dan is het van belang een paartje aan te
schaffen waartussen het klikt. Roodvleugelparkieten zijn doorgaans kieskeurig
ten aanzien van hun huwelijkspartner.
Ze hebben een voorkeur voor een uitgeholde boomstam als broedblok.
De binnenmaat ervan moet een doorsnee van minsten 20 centimeter hebben.
Wij hebben een binnenmaat van 30 - 35 centimeter.
Een natuurstam
met een diepte van 90 centimeter tot 1,5 meter is het meest ideaal.
Inwendig zullen trapjes van gaas of takken aangebracht moeten worden
om het betreden of verlaten van de broedholte te vereenvoudigen. Het
invlieggat is ongeveer 9 - 10 centimeter. Roodvleugelparkieten maken
geen nest. Wanneer u wat vermolmd hout op de bodem van het broedblok
legt. Zullen de dieren dit in fijne stukjes knagen en als onderlaag
voor de eieren gebruiken.

Het gemiddelde
aantal eitjes bedraagt 2 tot 5stuks. Deze worden gelegd met een tussenruimte
van twee dagen en worden gedurende 18 tot 20 dagen bebroed. Na het uitkomen
blijven de jongen nog vier tot vijf weken in het broedblok voordat zij
uitvliegen.
Een maand na het uitvliegen kunnen de jongen doorgaans voor zichzelf
zorgen.
De jonge dieren lijken met betrekking tot hun kleur veel op hun moeder.
Het kan twee jaar of langer duren totdat ze volledig op kleur zijn.
|
|
|
Drie
weeken oude roodvleugelparkieten
|
|